Tips voor installatie
Algemeen
Houd er bij het kiezen van de plaats van de tank en de dekdop rekening mee dat:
- de afzuigslang zo kort mogelijk moet zijn, moet aflopen van de dekdop naar de tank en zo recht mogelijk moet zijn (geen scherpe bochten).
- de tankruimte voldoende geventileerd moet worden, daarvoor is minstens één centimeter ruimte rondom tussen schotten en tank nodig.
Opstelling
- De tank moet goed toegankelijk zijn voor inspectie.
- Houd ruimte vrij rond de tank voor slangaansluitingen en toename van de omvang van de tank wanneer deze gevuld is.
- Zorg voor een stevige fundering waarop u de tank kunt vastmaken.
Fittingen
- Plaats de fittingen zo dat het onmogelijk is dat er verontreinigd water terugstroomt naar het toilet of naar buiten komt via de tankontluchting (ook wanneer het schip op één oor ligt).
- Zorg ervoor dat de fittingen inwendig glad zijn om verstopping te voorkomen.
- Beperk om dezelfde reden vernauwingen in het leidingsysteem tot een minimum.
- Laat overgangen naar andere diameters conisch verlopen.
Aansluiten tank
- Gebruik PVC-pijp of goedgekeurde geurdichte vuilwaterslangen.
- Vermijd scherpe knikken en ‘zakken’ in pijpen en slangen.
- Beugel de pijpen of slangen op niet te grote, regelmatige afstanden.
- Monteer de ontluchtingsnippel zo hoog mogelijk boven het niveau van de bovenzijde van de tank.
- Plaats de ontluchtingsnippel zo dat er geen regen- of buitenwater binnen kan komen.
- Monteer de ontluchtingsleiding oplopend in hoogte gezien vanaf de tank.
Vuilwaterpomp
- Plaats een niet zelfaanzuigende pomp lager dan of op gelijke hoogte met de onderzijde van de tank.
Spoelleiding
- Voor het doorspoelen van de tank met schoon water kunt u overwegen een extra fitting in de bovenzijde van de tank te maken en deze aan te sluiten op een extra dekdop.
- Een spoelleiding is niet verplicht of noodzakelijk voor de werking van een vuilwatersysteem. Overweeg dus vooraf of deze in uw geval wenselijk is.





