Wetgeving
Sinds de invoering van de de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (Wvo) in 1970 bestaat er een algemeen lozingsverbod om verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater te brengen. Vanaf dat moment was het overheidsbeleid gericht op het saneren van lozingen van ongezuiverd afvalwater uit huishoudens en industrie. Het ongezuiverde afvalwater werd hierbij in het riool opgevangen en biologisch gereinigd in een rioolwaterzuivering. Destijds is begonnen met de grootste ongezuiverde lozingen. Schepen hoefden daaraan niet te voldoen, omdat er nog onvoldoende mogelijkheden waren voor het opvangen en milieubewust afvoeren van het huishoudelijk afvalwater. Om deze reden waren pleziervaartuigen voor wat betreft het huishoudelijk afvalwater uitgezonderd van het algemene lozingsverbod in het kader van de Wvo.'